Hollandse tuin met bijenstand......

imkeren-door-de-eeuwen heen

Alle info voor de imker, ...

voor-de-imker

Honing en andere weetjes, ...

bijenproducten

Afdrukken E-mail

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkerbond
Jaargang: 97
Jaar: 2011
Maand: december
Auteurs:

Het Vlaams Bijenteeltproject – periode 2010-2011

f1Eind augustus werd het eerste werkingsjaar van de contractperiode 2011-2013 van het Vlaams Bijenteeltproject afgerond. Dit is traditioneel een drukke tijd omdat ten laatste op 15 september het financieel dossier ingediend moet worden bij het Belgisch Interventie en Restitutie Bureau (BIRB). Twee weken later komen ambtenaren van deze overheidsinstelling ter plaatse om de boekhouding en de dossiers te controleren. De beide projectleiders, de professoren de Graaf en Van Laere, en hun administratieve medewerkers hebben dan ook de handen vol om alles tijdig in orde te brengen. Een positieve beoordeling vanwege de Overheid, zoals ook dit jaar weer het geval was, verzekert de uitbetaling van de voorziene budgetten.

Belangrijkste geldbronnen

Het Vlaams Bijenteeltproject wordt gefinancierd door de Europese Unie. De Vlaamse Overheid zorgt voor ondersteuning op verschillende fronten. Haar ambtenaren, Pieter Van Ommeslaeghe en Stijn Windey, leveren hierbij, respectievelijk als voorzitter en adviseur van het zgn. ‘Toezichtscomité’, een belangrijke bijdrage. Joris Schepens zetelt in hetzelfde comité als vertegenwoordiger van het BIRB, het controleorgaan van de Overheid. Dit ‘Toezichtscomité’ is samengesteld uit voornoemde heren en afgevaardigden van de door de Vlaamse Overheid hiertoe erkende imkerfederaties.

Vermits het Vlaams Bijenteeltproject de belangrijkste financieringsbron is voor de dienstverlening aan de Vlaamse imkerij en omdat de middelen deels projectmatig toegewezen worden, is het nuttig om niet alleen terug te kunnen vallen op de expertise van de aanwezige imkers, maar ook op de degelijke dossierkennis van deze ambtenaren. Het feit dat ze deel uitmaken van het beheersorgaan, wordt dan ook algemeen ervaren als een goede zaak en derhalve ten zeerste geapprecieerd.

f2Essentieel in de wijze waarop de Europese Unie het bijenteeltproject financiert, is de regel dat elke goedgekeurde uitgave slechts voor de helft door haar gesubsidieerd wordt. De ontbrekende helft dient aangevuld door een bijdrage vanwege een ‘plaatselijke overheidsinstantie’ (het Vlaams Gewest, de provincies, de gemeente, enz.). Dit betekent dat de uitvoerders van de projecten een beroep moeten doen op één of meer van de hierboven vermelde lokale bronnen. Zonder hun inbreng vervalt trouwens de Europese subsidie. Voor wat betreft de deelprojecten waarvan de uitvoering toevertrouwd werd aan de KonVIB, worden hiertoe bepaalde wedden ingebracht.

De activiteiten die onder de bevoegdheid vallen van de groep VVCB-AVI-VNIF worden gefinancierd door plaatselijke overheden (o.m. de Provincie Oost-Vlaanderen).

Accenten van het huidige programma

Het huidige programma is gespreid over een periode van drie jaar en werd uitgetekend rond twee speerpuntacties: de bestrijding van de varroamijtziekte en het herstel van het bijenbestand. Dit rapport is een weergave van wat tijdens het eerste werkingsjaar is gerealiseerd. Bepaalde aspecten zullen dus pas in een latere fase aan bod komen.

De bestrijding van de varroamijtziekte

De impasse rond de toegankelijkheid van varroabestrijdingsmiddelen (tussenkomst van de dierenarts, voorschriftplicht, toegelaten medicijnen, enz.) houdt momenteel de imkerij in zijn greep. Niet alleen de modale imker is er, voor wat betreft de dagdagelijkse werkzaamheden, het slachtoffer van, ook het Vlaams Bijenteeltproject deelt mee in de malaise. Zo blokkeren bv. allerlei regels elke praktijkproef met een bestrijdingsmiddel, omdat vooraf telkens een dossier bij het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) moet ingediend worden met de vraag of het betrokken product wel mag gebezigd worden. Ook voor onderzoek. Het maakt de invulling van de eerste speerpunt er niet makkelijker op.

Tijdens het afgelopen jaar organiseerden we een gratis gezondheidsanalyse. In alle Vlaamse imkertijdschriften werd een oproep gelanceerd om aan dit onderzoek deel te nemen. Honderdzeventig imkers maakten van deze gelegenheid gebruik. Op het plaatje in bijlage zie je hoe de deelnemers over Vlaanderen gespreid zijn. Uit de eerste analyses blijkt dat op zowat elke stand virussen aangetroffen werden. Zodra alle data beschikbaar zijn, zullen de resultaten gepubliceerd en uitgebreid toegelicht worden.

Dit experiment sluit trouwens naadloos aan bij het BEEDOCproject dat op dit ogenblik loopt in het Labo voor Zoöfysiologie van de UGent. Hierbij worden technieken ontwikkeld waarbij, door middel van één enkele analyse, alle virussen van de honingbij kunnen gedetecteerd worden. Het helpt om een beter inzicht te krijgen in de bijensterfte.f3

Het herstel van het bijenbestand

Voor de groep VVCB-AVI-VNIF ligt het zwaartepunt van deze deelactiviteit bij het zgn. BLUP- project. Het is gecentraliseerd op en door de experimentele bijenstand van de Huysmanhoeve te Eeklo. De educatieve bijenstanden van Fort V te Edegem en Op ’t Sonnis te Helchteren spelen hierbij een cruciale rol. Zij staan in nauw contact met en dragen de administratieve verantwoordelijkheid voor de diverse, geaccrediteerde teelt- en teststanden, die een gedetailleerd selectieschema nauwgezet dienen te respecteren. Het selectiemateriaal wordt hoofdzakelijk bekomen door KI, uitgevoerd door eigen inseminatoren.

Om een optimale diversiteit te waarborgen, werd in 2011 tevens naar volgende eilanden gereisd: Langeoog, Spiekeroog, Wangeroog en Norderney. In het totaal bracht men 131 moeren weg en werden er 83 bevrucht (ca. 63%). De onderlinge resultaten vertoonden verschillen die opliepen van 56% tot 71%. Hoofdoorzaak van deze mindere resultaten waren de slechte weersomstandigheden.

KI-koninginnen en eilandbevruchte moeren werden, binnen het programma, aan uiterst voordelige voorwaarden ter beschikking gesteld aan individuele imkers die aan het project wensten deel te nemen. Daarnaast waren geselecteerde standbevruchte exemplaren beschikbaar aan minimale prijzen. Teeltmateriaal afkomstig van geselecteerde BLUP-koninginnen was gratis te verkrijgen.

Voor de KonVIB ligt het zwaartepunt van deze deelactiviteit bij het overlarfproject. De resultaten waren als volgt: 6.058 larfjes werden aangezogen, waaruit 4.110 moeren zijn geboren (ca. 68%). Uiteindelijk kwamen er 3.095 aan de leg (ca. 75% van de geboren moeren). De carnicagroep ging met 233 koninginnen naar Spiekeroog voor eilandbevruchting, met een successcore van ongeveer 64% als resultaat. De buckfastgroep stuurde 68 moeren naar Ameland en Marken met een bevruchtingsresultaat van ca. 84%.

Educatieve en experimentele bijenstanden

In de loop van het voorbije jaar was er een belangrijke investering in de nieuwe educatieve bijenstand van Oost-Vlaanderen te Poeke. In de andere standen werd een tweewekelijkse staalname van vliegbijen opgestart. Deze worden momenteel in een -80°C diepvries bewaard voor verdere verwerking.

Het is een unieke collectie omdat we nu bij plotse bijensterfte maximaal 14 dagen vooraf nog een staal hebben genomen, wat ons mogelijk toelaat om alsnog de oorzaak van de sterfte te achterhalen.

De educatieve bijenstanden Fort V te Edegem en Op ’t Sonnis te Helchteren leggen zich, naast hun hierboven vermelde centrale rol in het BLUP-project, vooral en intensief toe op de vorming van imkers, waarbij voornamelijk gefocust wordt op de praktische vorming.

Naast cursussen voor beginners, wordt bijzondere aandacht besteed aan de nascholing. Het feit dat er voldoende beschikbare bijenvolken aanwezig zijn, maakt het mogelijk dergelijke opleidingen aan te bieden, wat tenslotte de ‘core business’ van een educatieve bijenstand hoort te zijn.

Uiteraard bieden alle educatieve bijenstanden de nodige bezoekfaciliteiten, zowel voor groepen als voor individuele bezoekers. Om hun informatieve opdracht naar het grote publiek toe te ondersteunen, ontvingen ze nieuwe geplastificeerde informatieborden over bijen en bijenteelt.

Op de experimentele bijenstand van de Huysmanhoeve te Eeklo wordt momenteel de nieuwe bijenhal afgewerkt. De constructie omvat, naast de standplaats voor de bijenvolken, een slingerlokaal conform de wettelijke vereisten, een aangepaste werkplaats voor KI en overlarven en een opslagruimte. Ze beschikt vanzelfsprekend over alle nodige nutsvoorzieningen.

Naast de lopende activiteiten in verband met het BLUPselectieprogramma, werden op de experimentele bijenstand van de Huysmanhoeve proeven verricht m.b.t. het determineren van de varroabesmettingsgraad en de varroatolerantie. Tevens werd de nodige infrastructuur geïnstalleerd om op een veilige en efficiënte manier, materiaal te desinfecteren door middel van paraffine. Het is de bedoeling dat individuele imkers, mits afspraak, hier eveneens gebruik van zouden kunnen maken.

Honinganalyse

Tijdens het afgelopen jaar werd opnieuw geïnvesteerd in de honinganalyse. Centraal hierin staat het onderzoek in verband met de fysische en chemische kenmerken van honing. Volgende testen maken hier traditioneel deel van uit: de bepaling van het vochtgehalte, de invertase-activiteit (enzym), de elektrische geleidbaarheid, de specifieke rotatie en het HMF - gehalte. Daarnaast werd een deel van de monsters onderworpen aan een residuscreening.

Het Toezichtscomité heeft de modaliteit van de honinganalyse van afgelopen werkingsjaar enigszins aangepast. Naast de vrijwillige inzending door de imkers zelf, werd ook een beperkte onaangekondigde staalname voorzien om na te gaan in welke mate de vrijwillige staalname representatief is voor de ganse sector. Naar goede gewoonte zal dr. Wim Reybroeck van het ILVO hierover later meer uitgebreid berichten.

Tot slot

f4Op initiatief van Dirk de Graaf werd een nieuw logo en een nieuwe huisstijl ontwikkeld ten behoeve van het Informatiecentrum voor Bijenteelt. Alle informatie over het correct gebruik hiervan is terug te vinden in een CorporateID – Style Guide. Het is de bedoeling de informatiestroom een jonge, aantrekkelijke ‘look’ te geven en de herkenbaarheid ervan te vergroten.

Daarnaast mogen de talloze initiatieven, georganiseerd door verschillende koepelorganisaties de plaatselijke verenigingen, en diverse publicaties niet vergeten worden. Velen ervan konden slechts gerealiseerd worden met dank zij de steun van het Vlaams Bijenteeltproject.

Dit alles maakt dat we terecht met zekere fierheid mogen terugblikken op het voorbije werkjaar. Het Vlaams Bijenteeltproject blijft een cruciale hefboom voor de dienstverlening aan en de werking van de Vlaamse imkerij.

 

Provincies

vlaanderen Provincie West-Vlaanderen Provincie Oost-Vlaanderen Provincie Antwerpen Provincie Vlaams-Brabant Provincie Limburg