Als ontdekker van de erfelijkheidswetten legde hij zich vooral toe om de wetten bij de bijen na te gaan.......

imkeren-door-de-eeuwen heen

Alle info voor de imker, ...

voor-de-imker

Honing en andere weetjes, ...

bijenproducten

100 jaar geleden Afdrukken E-mail

Stichting van den Vlaamschen Bieënbond

Den 25 September 1910, heeft te Leuven de algemeene vergadering der Vlaamsche Bieëntelers plaats gehad. In deze vergadering moest het stichten van een Vlaamschen Bieënbond besproken worden.

Evenals de tentoonstelling van Bieënteelt, door den Bond der Bieëntelers van Brabant en Omtrek ingericht opperbest gelukt is, zoo heeft ook de vergadering der Vlaamsche bieëntelers een grootsten bijval gehad.

De zitting werd om 3 ure geopend door den heer L. Scharpé, Hoogleeraar, te Leuven.

Aan het bureel zetelen nog de Heeren J. Clabots, Bieënteler te Overyssche, E. Van Dieren, Advokaat te Leuven, Pr. Claes, Bieënteler te Herent en W. F. Rondou, Hoofdopsteller van De Bieënvriend  te Oud-Heverlee.

Een honderdtal bieëntelers, uit alle gewesten van het Vlaamsche land samengestroomd, woonden de vergadering bij.

De Heer Scharpé deelt aan de vergadering mede dat de Heer Poullet verhinderd is deze vergadering bij te wonen; hij stuurt de aanwezige bieëntelers een hartelijk welkom toe, bedankt hen voor hunne talrijke opkomst en legt in klare woorden het doel dezer vergadering uit.

Vervolgens toont hij aan, dat het stichten van een Vlaamschen  Bieënbond in ons land nodig is. Al te dikwijls worden de Vlaamschen bieëntelers over het hoofd gezien, wanneer er van officieele zijde in ons land iets voor de bieënkweek gedaan wordt. - Daarvan, ver­volgt de Heer Scharpé,  hebben wij nog een treffend bewijs gehad bij de inrichting der laatste tentoonstelling van bieënteelt te Brussel, waarvnan al de mededelingen uitsluitend in 't Fransch waren. 't Scheen dat de Vlaamsche bieboeren niet moesten weten dat er eene tentoonstelling van bieënteelt te Brussel zou plaats grijpen.

Is er sprake van voordrachten, toelagen, benoemingen van Jury­leden, enz. dan ook worden de Vlamingen op den achterkant geschoven, terwijl de Walen bevoordeeligd worden.

Moet ik U nog herinneren, vraagt de Heer Scharpé verder, op welke erbarmelijke wijze de tentoonstelling van bieënteelt te Luik werd ingericht! Neen, 't ligt nog in ieders geheugen, hoe de Vlamingen daar behandeld werden !

De Heer Advocaat Van Dieren betreurt dat bij de vergadering  moet verlaten, om in eene andere bijeenkomst het woord te voeren. Hij drukt de hoop uit dat de Heer Rondou hem zal  laten weten wat er op deze vergadering beslist wordt, en belooft krachtig  mede te werken tot den groei en den bloei van den Vlaamschen Bieënbond (Levendige toejuichingen).

Hoogleeraar Scharpé zet nu zijne redevoering voort. Hij bewijst dat de vereeniging der  Vlaamsche biemaatschappijen niet alleen noodig, maar ook mogelijk is. Hij haalt het voorbeeld aan van het “Davidsfonds " dat zijne Afdeelingen heeft in al de voorname plaatsen van het  Vlaamsch land, en waarvan het hoofdbestuur veel gezag heeft omdat het kan spreken in naam van duizenden leden.

Zoo  ook zal de Vlaamsche  Bieënbond al de Vlaamsche biemaat­schappijen  kunnen vereenigen tot een machtig  “Verbond ", wiens hoofdbestuur den vereischten invloed zal uitoefenen omdat het even­eens zal kunnen spreken in naam van eenige duizenden biehouders.

Verder bewijst de Heer Scharpé, dat die Vlaamsche Bieënbond de noodige macht  zal bezitten om Vlaamsche Congressen en tentoon­stellingen van bieënteelt in te richten, om den verkoop van honing mede te regelen en te verspreiden, om onze wenschen aan het hooger bestuur van het land over te maken en om de grieven der Vlaamsche bieboeren te herstellen.

Deze schoone redevoering van den Heer Scharpé wordt door de vergadering met daverende toejuichingen begroet.

De Heer Rondou zegt, dat hij reeds de bijtreding heeft bekomen van de Limburgsche Bieëntelers-Maatschappij van Leopoldsburg, van de Maatscbappij van Bieënteelt van Bilsen, van de Kempische Bie­maatschappij uit de provincie Antwerpen, en van twee Biemaatschap­pijen uit West-Vlaanderen. Hij twijfelt niet of de andere Maat­schappijen van Bieënteelt uit Vlaanderen zullen zich bij den Vlaamschen Bieënbond aansluiten.

De Heer Haccour, Voorzitter der Limburgsche  Maatschappij van Bieënteelt, verklaart dat hij zich gaarne aansluit bij  den Vlaamschen  Bieënbond, doch hij zou wenschen, dat de bieëntelers van het gansche land, zowel  Walen als Vlamingen, in één enkel Verbond vereenigd werden. Zulks is reeds het geval  voor de Maatschappijen van het Neerhof, die tot eene enkele Federatie van hoenderteelt zijn ver­eenigd, en waarin de rechten der Vlamingen geëerbiedigd worden.

De Heer Haccour haalt nog het voorbeeld aan van de Limburgsche Maatschappij van Bieënteelt die Walen en Vlamingen onder hare leden telt, en waar alles in twee talen geschiedt.

Ten slotte voegt de Heer Haccour er bij, dat de Heer Cartuyvels, Afgevaardigde van den Heer  Minister van Landbouw, dezen morgen op het Internationaal Congres van Bieënteelt, te Brussel gehouden, ook den wensch heeft uitgedrukt dat al de Belgische Maatschappijen van Bieënteelt, in één enkelen Bond zouden vereenigd worden. De Heeren  F. F. Verdeyen van Cortenberg en R . Vermandere van Avelghem spreken tegen het voorstel van den Heer Haccour en ver­kiezen het stichten van een Vlaamschen  Bieënbond.

De Heer Rondou denkt dat er middel zou zijn elkander te verstaan. Er zou een Vlaamsche en een Waalsche Bieënbond kunnen ingericht worden en de afgevaardigden dier twee Federaties zouden kunnen bijeenkomen om een Besturend Comiteit te vormen.

Van één enkelen Bieënbond  voor het gansche  land wil de Heer Rondou niet weten, omdat eene jarenlange ondervinding hem ten overvloede hewezen heeft dat in al de Maatschappijen en Bonden waar Vlaamsch en Fransch mag gesproken worden de Vlaamsche taal weldra verdwijnt en alles in ’t Fransch behandeld wordt. Welnu, wij Vlaamsche bieëntelers, wij vragen een Vlaamschen Bieënbond, waarin alles in 't Vlaamsch zal geschieden, opdat  de eenvoudige Vlaamsche bieboer er ook zou kunnen vernemen, wat er over de bieën gezegd wordt.

Ten slotte dringt de Heer Rondou aan opdat de Vergadering niet zou uiteengaan alvorens de Vlaamsche Bieënbond gesticht zij.

Na nog eenige uitleggingen van de Heeren Scharpé, Haccour en Verdeyen en gehoord te hebben, wordt er' overgegaan tot het stichten van den Vlaamschen Bieënbond.

Als leden van het Voorloopig Bestuur van den Bond worden bij toejuiching gekozen:

MM. L. Scharpé van Leuven.
F. Haccour van Leopoldsburg.
R. Vermandere van Avelghem.
E. H. Truyts van Sauvegarde.
Edw. Legein van Brugge.
J. Clabots van Overryssche.
Edm. Van Dieren van Leuven.
H. Smeyers van Hasselt.
Is. Toussaint van Thienen.
F. Verdeyen van Cortenberg.
W. F. Rondou van Oud-Heverlee.

De Heer L. Scharpé wordt als voorloopigen Voorzitter aangesteld en de Heer W. F. Rondou zal voorloopig het ambt van Secretaris waarnemen.

Het is wel verstaan dat er hier enkel spraak is van een voorlopig Bestuur en dat in eene volgende vergadering een vast Bestuur zal gekozen worden.

De Maatschappijen van Bieënteelt uit het Vlaamsche land, welke in dit voorloopig Bestuur nog niet vertegenwoordigd zijn, worden dringend verzocht één hunner leden aan te wijzen om er deel van te maken. Deze nieuwe leden zullen met de meeste welwillendheid in het bestuur aanvaard  worden.

lntusschen zal het Voorloopig Bestuur zich bezig houden met de volgende punten:

1° Het opmaken van een ontwerp der standregelen.
2° Het uitgeven van een Jaarboek rond Nieuwjaar.
3° Het bijeenroepen eener tweede vergadering waarop een defini­tief Bestuur zal benoemd worden.

De Vlaamsche tijdschriften, week- en dagbladen worden vrien­delijk verzocht dit verslag over de eerste vergadering van den Vlaamschen Bieënbond over te nemen.

De voorloopige Schrijver,

W. F. Rondou

 

Provincies

vlaanderen Provincie West-Vlaanderen Provincie Oost-Vlaanderen Provincie Antwerpen Provincie Vlaams-Brabant Provincie Limburg