Het eerste Amerikaans wetenschappelijk werk over bijen en bijenteelt werd geschreven door.......

imkeren-door-de-eeuwen heen

Alle info voor de imker, ...

voor-de-imker

Honing en andere weetjes, ...

bijenproducten

Verslag Congres Roeselare 2010 Afdrukken E-mail

Verslag 19de imkerscongres KonVIB te Roeselare

door Freddy Franck

Op 4 september 2010 vond het 19de imkerscongres plaats te Roeselare met als thema ‘Bijenrassen bijeen’.  Buckfast, carnica en de zwarte bij blijven de interesse levendig houden en doen zelfs de emoties van sommige imkers oplaaien. Er was dan ook een ware invasie van een zwerm Vlaamse imkers in het ‘Klein Seminarie’, dat voor die ene dag omgetoverd was tot een drukke bijenkorf.

Met dit verslag brengen wij een samenvattend overzicht van het verloop van het vlot verlopen en geslaagd congres. De integrale teksten van de lezingen van dr. ir. Octaaf Van Laere, Ludo De Clercq en Ko de Witt brengen we in één van de volgende maandbladen.

Verwelkoming en inleiding

Frans Declercq, voorzitter van Wast-Vlaanderen, verwelkomde alle genodigden.

Luc Martens, burgemeester van Roeselare, benadrukte de enorme dynamiek van Roeselare op gebied van voeding,  zorgverlening, onderwijs, toerisme, horeca en handel. Roeselare bracht ook heel wat bekende namen voort zoals de Rodenbachs en Guido Gezelle. Hij noemt Roeselare een stad van bezige bijen.Verder wees hij op de plaats van de bijen in de Griekse en Latijnse mythologie en in de middeleeuwse sagen en geschriften.Tot slot prees de burgemeester de sleutelrol die de bij vervult in de biodiverse natuur.

Frans Daems, ondervoorzitter KonVIB, wees op de problemen die de bij en dus ook de imkerij momenteel ondervindt. De monoculturen in land-en tuinbouw, het gebruik van pesticiden en de varroamijt zijn aan deze problemen niet vreemd. Ook al kunnen er zomaar geen oplos-singen gegeven worden die alle problemen oplossen, is de spreker ervan overtuigd dat het kweken van vitale bijen een zeer belangrijke stap is in de goede richting. Positief is ook dat de mondigheid van de imkers, vertegenwoordigd door de imkersbonden, naar de politieke en economische spelers toe de verdediging van de sector ten goede komt.

Sleutelen aan ons imago is ongetwijfeld een belangrijk werkpunt voor de toekomst. Nu worden imkers niet altijd beschouwd als gemakkelijke mensen en worden bijen enkel geassocieerd met steekduivels. In 2012 bestaat de KonVIB 100 jaar. Na deze data werden heel wat plaatselijke bijenbonden opgericht die ook in de komende jaren hun 100-jarig bestaan zullen vieren. Laat ons deze feestelijkheden aangrijpen om ons imago op te krikken en zo de imkerij een nieuwe toekomst te geven.

Lezingen

Carnicaras,  prof. Van Laere

Prof. Van Laere begon zijn betoog met enkele interessante wetenschappelijke vaststellingen. 300.000 Jaar geleden zijn de eerste vleugelloze voorlopers van de insecten ontstaan. Hiervan ontwikkelden zich 150.000 jaar later vliesvleugelige insecten die in kolonies leefden. Binnen deze kolonies ontstond een arbeidsverdeling en een hiërarchie zodat we van dan af kunnen spreken over sociale insecten. Nog interessanter is de vraag hoe we dat allemaal weten. Wetenschappers hebben in gefossiliseerde boomharsen deze evolutie kunnen reconstrueren. Voornamelijke de Baltische kusten zijn rijk aan deze fossielen, wat er op zou kunnen wijzen dat daar de bakermat van de vliesvleugeligen gezocht moet worden. Deze vliesvleugeligen zijn door de miljoenen jaren heen opgesplitst in zeer vele soorten. Ook de bijen zijn ontstaan in deze evolutie.

Op het Europese land zijn op natuurlijke wijze 5 geografische rassen tot stand gekomen: de Italiaanse, Caucasische, zwarte, Macedonische en Carnioolse bij.

Deze laatste noemen we de Apis mellifera carnica, de bij van Kranj of de carnicabij.

Het oorsprongsgebied van deze bij ligt hoofdzakelijk in het huidige Slovenië met uitlopers naar Hongarije en Oostenrijk. Het is in dit gebied dat gedreven imkers en wetenschappers zoals Anton Jansa, Guido Sklenar en Hans Peschetz vanaf de 18°eeuw het carnicaras hebben geculti-veerd en verbeterd, hoofdzakelijk door massaselectie. Vanuit deze regio is de carnicabij verspreid over Noord-Europa.

De karakterisering van dit bijenras behoort nu tot het nationaal erfgoed in Slovenië. De verbondenheid tussen de bij en de geschiedenis van Slovenië wordt nog steeds geïllustreerd door de taferelen uit de Sloveense volkscultuur, aangebracht op de voorwanden van de bijenkasten.

Slovenië beschikt nu ook over een Vestiging van de Sloveense bijenteeltvereniging te Lukovica en een gerenommeerd bijenteelt-museum te Radovljica.

Twee recente ontwikkelingen zijn te noteren: vooreerst de mtDNA en nucleaire DNA analyse van bijen in Slovenië en verder de rasverbetering van de ‘Sklenar’-stam.

Zwarte bij, Ludo De Clercq

De heer De Clercq is reeds imker vanaf 1978 en leerde het vak in de cursussen te Grimbergen en voornamelijk van zijn peter Albert Van Assche, zaliger. Meneer Van Assche werkte met zwarte bijen, dus zijn leerling ook.

De zwarte bij is de enigste bij die na de vorige ijstijd niet door bergketens geïsoleerd is geworden. Ze ontsnapte via de strandvlakten te oosten en ten westen van de Pyreneeën en veroverde via de oprukkende steppevlakten, ontstaan door de terugtrekkende ijskap, geheel het Europees continent tot aan de Oeral. De geïsoleerde bijen-populaties zijn zich van elkaar gaan differentiëren. Vergeet immers niet dat biodiversiteit enkel kan ontstaan door isolatie. Zonder isolatie gaan alle rassen in mekaar op. Daar de zwarte bij zich over een groot gebied verspreidde is er differentiatie opgetreden. De echte zwarte bij is lokaal in Zwitserland, de A. M. nigra. Anderen zoals de bruine bij, de heidebij zijn nauw verwant. De spreker noemt ze allemaal zwarte bijen.

De spreker maakt een verge-lijking tussen enerzijds de zwarte bij en anderzijds de carnicabij en de buckfastbij. Hij ruimde daarmee ook enkele vooroordelen op.

Zwarte bijen zijn zeker niet steeklustiger dan andere bijen.

Ook de honingopbrengst is vergelijkbaar. Bij herhaalde ma-len honing oogsten verzwakt de zwermdrift enorm.  Bij de oogst wordt er niet gelet op de mate van geslotenheid van de honingcellen. De spreker stelt dat de nectar die overdag verzameld wordt tijdens de daaropvolgende nacht ver-werkt en ingedikt moet worden. Dit wil zeggen dat ’s morgens vroeg de honing droog is en dus te oogsten. Overdag zal hij terug vocht opnemen als de cellen niet gesloten zijn.

De idee dat zwarte bijen enkel in de lente honing verzamelen is ontstaan na observatie van zwarte bijen die enkel in bossen leefden, wat betekent dat daar enkel in het voorjaar aanbod van nectar is. Zwarte bijen geteeld in een biotoop waar zowel lente- als zomeraanbod is, produceren ook in de zomer honing.

Zwarte bijen vliegen bij lagere temperaturen dan andere bijen. Sommige telers zeggen reeds vanaf 5,5°C, wetenschappelijke litteratuur vermeldt 7°C. De zwarte bij stoort zich ook minder aan regen en wind. Dit impliceert dat de zwarte bij vroeger aan de ontwikkeling van haar broednest begint en dat er sneller jonge bijen uitvliegen. Ook in het najaar gaan de zwarte bijen langer door. Hierdoor ontstaat er een gemiddeld kleiner broednest en een minder explosieve groei van het bijenvolk in het voorjaar.

De tong van de zwarte bij zou iets korter zijn dan deze van andere bijen. Dit is een handicap bij het bezoek aan sommige planten zoals klavers.

De heer De Clercq doet zeer regelmatig metingen van de hantelindex en de discoidal-verschuiving. Hij besluit uit deze metingen dat zijn kolonies niet zuiver zijn en dat er andere bijen zijn ingekruist.

Buckfastbij, Ko de Witt

De heer de Witt maakt een boeiend overzicht van een aantal wetenschappers die hun bijdrage geleverd hebben tot de ontwikkeling van de imkerij. Veel aandacht ging naar Mendel en naar Armbruster.

Maar als buckfastspecialist heeft de spreker veel bewondering voor het werk van broeder Adam die zijn de buckfastbij ontwikkelde tot wat ze nu is. De term Buckfast verwijst naar de Buckfast Abbey in Z-W Engeland, het werkterrein van Broeder Adam.

Het grote voordeel van buckfastbijen is dat de verzorging minder werk in beslag neemt.

Tijdens het middagmaal vernam ik van een buckfastimker dat deze bijen (bijna) niet zwermen, op voorwaarde dat de koningin om de twee jaar vervangen wordt door een jonge koningin. Het gevolg is dat  er op dat punt geen controles uitgevoerd moeten worden.

Het was jammer dat de spreker sommige stellingen van de vorige spreker op een weinig collegiale en vriendelijke manier afbrak. Moge dit geen voorbeeld zijn voor onze imkers.

 

Provincies

vlaanderen Provincie West-Vlaanderen Provincie Oost-Vlaanderen Provincie Antwerpen Provincie Vlaams-Brabant Provincie Limburg