Kaukasische boeren, in het honingrijke Georgië, doen zich te goed aan mede.....

imkeren-door-de-eeuwen heen

Alle info voor de imker, ...

voor-de-imker

Honing en andere weetjes, ...

bijenproducten

Afdrukken E-mail

INWINTERING

1. DE ZOMER IS VOORBIJ

Eind juli is de bloei van de meeste planten voorbij, ze beginnen zaad te maken en af te rijpen. De bijen hebben dus nog weinig te halen, de drachtperiode is voorbij. Meestal wordt 21 juli vooropgesteld als het einde van de dracht, maar dat is zeer relatief. In sommige regio's hebben we nog in augustus de heide, klavers, luzerne en bloeiende groenbemesters zoals phacelia...
Augustus is de oogstmaand. Ook de imker gaat oogsten en hij neemt de honing af van de bij-en. Een goede imker zal nooit zijn bijen kaalroven. De bijen hebben immers een voorraad stuifmeel en honing opgeslagen om de winter te kunnen doorkomen, als we dat nu allemaal gaan afnemen, vragen we om moeilijkheden.

19_inwintering1De bijen bereiden zich voor op de winter:
• De darren hebben nu geen enkel nut meer, de werksters bieden hun geen eten meer aan, meer nog, ze worden de toegang tot de kast ontzegd en zonder genade worden ze door het vlieggat naar buiten gedreven of doodgestoken: de darrenslacht.
• De aanvoer van nectar en stuifmeel vermindert met de dag. De koningin wordt minder aangeprikkeld en ze gaat minder leggen om in oktober, afhankelijk van het weer, helemaal stil te vallen.
• Met propolis worden alle tochtspleten en -gaatjes dichtgemetseld.
• De zomerbijen sterven af. De bijen die geboren worden na 15 augustus zijn de winterbijen, die zullen overleven tot de volgende lente. Deze winterbijen leggen in hun lichaam eiwitreserves aan. Het is dus heel belangrijk dat de winterbijen sterk, gezond en in voldoende aantal zijn.

2. INWINTEREN

2.1. Noodzaak tot inwinteren

Het hoofddoel van het inwinteren is er voor te zorgen dat men in het voorjaar kan beschikken over sterke volken in een goede conditie. De bijen voeren in de winter een voortdurende strijd tegen de koude. Hiervoor moet voldoende geschikt voedsel als brandstof beschikbaar zijn. De imker neemt in het naseizoen de bijen hun honing grotendeels af. Het restant van de honing is dan niet voldoende om de winter door te komen. Daarom gaan wij aan onze bijen wintervoeding geven, opdat ze voldoende voedsel zouden hebben om de winter en het voorjaar door te komen.

 

2.2. Wanneer inwinteren?

Onmiddellijk na het slingeren gaan wij wintervoeding aanbieden, en dit om twee redenen:
1. Het is belangrijk dat de wintervoeding nog door de zomerbijen opgeslagen wordt. Wacht je tot in september - oktober om te voederen dan zullen de winterbijen dat klusje moeten klaren en verspillen ze heel wat energie, zodat ze verzwakt de winter ingaan.
2. In de winter vormen de bijen een tros op de plaats waar het broed zich tijdens de zomer bevindt. Als we nu laat in het jaar, wanneer er bijna geen broed meer is, de bijen wintervoeding geven, gaan de bijen hun wintervoorraad steken in de lege cellen waarop ze moeten overwinteren. Laat wintervoeding geven betekent dus: de bijen doen overwinteren op koude suikerplaten.

2.3. Hoe inwinteren?

Een volk van 20.000 bijen, met 15 kg voer in de raat, een paar ramen deels gevuld met stuifmeel en een restant 20_inwintering2zomerhoning, heeft ruimte nodig: twee broedkamers. Door te overwinteren op twee rompen en vroegtijdig te voederen, geven we de bijen de kans om hun voorraad opnieuw boven hun broed te stapelen. De koningin wordt verder aangepord om meer te leggen. Bij het gebruik van twee rompen zitten de bijen op ruime afstand van het koude vlieggat en komen ze niet zo gauw in de verleiding om bij een vroeg voorjaarszonnetje of sneeuw de kast ontijdig te verlaten.

Na het afnemen van de zomerhoning controleren we beide broedkamers. Kunstraat die niet volledig is opgebouwd en lege, oude broedramen vervangen we door uitgebouwde raten. In beide broedkamers hangen we geen kantramen (die gaan toch beschimmelen), we vervangen ze door vulblokken (houten blokken in de vorm van een raam). Verder rommelen we niet teveel in de kasten. We gaan ervan uit dat de bijen het beter weten dan wij hoe ze hun huishouding moeten organiseren als voorbereiding op de winterzit. Als wij nu alles onoordeelkundig overhoop halen kan dit soms meer schade berokkenen dan voordeel.
Normaal gezien zit het broed verdeeld over de twee broedbakken, met het meeste broed in de bovenbak, omringd door stuifmeel en honing. Het is wel belangrijk dat er voldoende stuifmeel in de bovenbak zit, want daar legt de koningin in het vroege voorjaar haar eerste eitjes en de nabijheid van stuifmeel is dan zeker gewenst. Tijdens het voederen wordt het broednest naar beneden gedrongen. Het toegediende wintervoedsel wordt opgeslagen in de leeg wordende cellen van het uitlopende broed.

Als we toch ramen willen verhangen, plaatsen we centraal in de bovenste broedbak drie ramen met broed, ernaast twee stuifmeelramen en verder vullen we aan met uitgebouwde ramen. In de onderste broedbak hangen we de overige ramen met broed en vullen aan met uitgebouwde ramen. Op deze manier is er in de bovenste broedbak voldoende ruimte om het wintervoer op te slaan.

Wanneer we in het voorbije seizoen de broedbeperkingmethode (zie 9.8.) toepasten, zit er in de onderste romp vrij veel stuifmeel en in de bovenste romp het meeste broed. Als we beide rompen nu van plaats verwisselen, krijgen we nagenoeg hetzelfde resultaat.

2.4. Aard van het voer

In plaats van de afgenomen honing geven we de bijen suiker. Er zijn meerdere mogelijkheden:
• Kristalsuiker:
o in verpakking van 1 kg, 5 kg
o in winkels voor bijenmateriaal, verpakking van 50 kg, 30 kg...
• Vloeibare suikers:
In de handel zijn vloeibare suikers te verkrijgen zoals TRIMO BEE en APISUC. Dat is vloeibare suikersiroop (75%) waarin enkelvoudige suikers opgelost zijn. Daardoor dienen de bijen het minder te verwerken, te inverteren (enzymen toevoegen). De siroop is te koop in handige plastiekbussen van 14 kg. Dit is wel duur en het is niet bewezen dat het beter is dan gewone kristalsuiker.
• Voederdeeg zoals APIFONDA of FONDABEE is niet geschikt voor wintervoeding, maar voor het bijvoederen in de lente of de zomer. NEKTAPOLL is prikkeldeeg voor het voorjaar.

2.5. Bereiding van suikeroplossing

Suikeroplossing maken door koken.
De beste verhouding suiker - water is 3 kg suiker tegenover 2 liter water (verhouding 2: 1 kan ook). Als je minder water toevoegt, is het voor de bijen minder gemakkelijk om de oplossing snel weg te steken. Ze inverteren het veel minder gemakkelijk, ze nemen het niet zo graag op en het is mogelijk dat het kristalliseert in de kasten.
We gaan het best op volgende manier te werk. Eerst het water laten koken in een ketel en dan al roeren de suiker toevoegen. De gehele materie wordt helder en zal niet meer versuikeren bij het afkoelen. We kunnen het vervolgens aftappen in plastieken bussen.

Suikeroplossing in sucapi.
21_inwintering3Een sucapi is een vat met een inhoud van ongeveer 20-30 liter, met daarop een ander gelijkaardig vat. In het onderste vat (vat B) is een centrale opening gemaakt in het deksel. De bodem van het bovenste vat is doorboord met gaatjes van 2 mm. We vullen het bovenste vat met droge suiker tot op ongeveer 5 cm van de bovenrand, daarop gieten we water (zonder op te warmen) tot de suiker volledig onder water staat. Het water zal langzaam doorsijpelen en zich verzadigen met suiker tot 66% (verzadigde oplossing). We vullen het vat regelmatig aan met suiker en water (een drietal keer per dag naargelang het doorsijpelt) en de stroop is klaar om aan de bijen gegeven te worden.
Het grote voordeel van deze methode is dat je nooit suiker en water moet afwegen en verwarmen. Als je bijvoorbeeld drie volken hebt, dan zorg je er alleen voor dat je 45 kg droge suiker gebruikt, wil je 15 kg suiker per kast geven.
Opmerking: Suikeroplossing bewaart geen wekenlang, ze zou wel eens kunnen gaan gisten.

Hoeveel suiker dienen we toe?
Een sterk volk heeft zeker 12 kg suiker nodig, dit is ongeveer 16 liter suikerwater. We moeten er rekening mee houden dat 1 liter suikerwater geen 1 kg suiker betekent. Vooruitziende imkers geven zelfs 15 kg suiker, d.w.z. 20 liter suikerwater. In de lente zetten ze het te veel aan voorraad opzij om die dan later te kunnen gebruiken voor kunstzwermen of in noodsituaties.

Hoe en wanneer voederen?
Op het voedergat van de dekplank plaatsen we een voedertoestel. Er zijn heel wat modellen in de handel. De meest gebruikte voederbakken zijn de plastieken bakjes met een inhoud van een 2-tal liter. Imkers die een bijenstand ver van huis hebben gebruiken liever grote voederbakken.
22_inwintering4Daags na het slingeren gaan we een eerste maal voederen. Sommigen voederen elke dag, anderen spreiden het meer in de tijd, bijv. om de twee dagen. De klus moet zeker geklaard zijn voor 15 september.
Als het voederen gedaan is, nemen we de scheidingswand in de voederbakken weg, zodat de bijen de voederbak proper kunnen likken. Voor we de voederbakken wegbergen, moeten we ze goed afwassen om schimmelvorming te voorkomen.

3. ROVERIJ

Bijen zijn steeds op zoek naar voedsel en ze hebben wel eens de neiging om voedsel te gaan stelen bij de buren. Roverij kun je het hele jaar door hebben, vooral in drachtloze perioden, maar zeker tijdens het voederen. De rovers vliegen met hangende poten heen en weer voor het vlieggat, en er zijn lijf-aan-lijf gevechten op de vliegplank. Rovers vliegen vaak nog in het halfdonker of bij regenweer. In zeer korte tijd worden de slachtoffers volledig leeggeplunderd. Naast gewone roverij kun je ook stille roverij hebben, de rovers gaan in alle stilte te werk, zonder dat je het opmerkt.

Roverij moet je op de eerste plaats voorkomen:
• kleine en moerloze volken zijn dikwijls het eerste slachtoffer, houd hun vlieggat klein
• voeder 's avonds als de bijen niet meer rondvliegen
• geen voeder morsen, geen toegang tot voedselvoorraden, want dat leert de bijen op zoek gaan naar voedsel bij de buren.

Als je roverij merkt moet je onmiddellijk ingrijpen:
Bij een beginnende roverij kan het wellicht volstaan om het vlieggat van het geroofde volk in te perken tot een minimum en de aanvliegende bijen te besproeien met water.
Bij echte roverij moeten we drastischer ingrijpen. Het beroofde volk sluiten we een paar dagen op, bodemschuif open, en op de dekplank een bokaal met water boven het voedergat. Het meest afdoende is het rovende volk verplaatsen over een afstand van 5 km.

4. DE WINTERTROS

De bijen zitten in de winter in een tros. Alleen bij warmere dagen vliegen ze nog even uit, in hoofdzaak om zich te ontdoen van hun uitwerpselen. In de winter zitten ze soms een paar maanden aan een stuk binnen. De fecaliën worden dan opgehoopt in de endeldarm, die zeer sterk kan uitzetten.
Komt er een zachte dag (temp. 10°C) dan houden de bijen grote schoonmaak: de reinigings-vlucht. Als er op dat moment in de directe omgeving auto's zijn geparkeerd of wasgoed te drogen hangt, is dat voor de eigenaar minder prettig.

23_inwintering5De bijen houden geen winterslaap, maar wel een winterrust. Hun belangrijkste taak in de wintermaanden is: zorgen dat er voldoende warmte in de tros blijft gehandhaafd, een temperatuur van 13-25°C. Men kan zich deze tros voorstellen als een holle bal, met een dikke, in lagen opgebouwde buitenwand. De bijen aan de buitenkant zijn volkomen bewegingloos. Hun achterzijde houden zij naar de buitenzijde, het borststuk naar de binnenzijde gericht, zodat de temperatuur in de thorax (minimum 13°C) hoger blijft dan in het abdomen (minimum 7°C). Midden in de tros heerst er een temperatuur tussen 20° en 35°C, zelfs wanneer de buitentemperatuur ver beneden het vriespunt daalt. Een individuele bij valt in coma als de temperatuur daalt tot 6°C en bij 4°C is ze binnen een uur dood.

Hoe houden de bijen de temperatuur in de tros op peil?
• Door het opnemen en verteren van voedsel. Verteren is langzaam verbranden. Suikers geven weinig onverteerbare resten, dit is belangrijk voor de opeenhoping in de endeldarm.
• Door de tros kleiner te maken naargelang de buitentemperatuur lager wordt. Minder groot oppervlak geeft minder uitstraling van warmte. Zo bezet een volk bij een buitentemperatuur van 15°C zes ramen en bij 5°C drie ramen.
• In de tros veranderen de bijen voortdurend van positie. Die van het centrum verplaatsen zich langzaam naar de buitenmantel en omgekeerd.
• Doordat de bijen zelf in en op lege cellen zitten. In deze cellen is natuurlijk lucht. Aangezien lucht de warmte slecht geleidt, is het warmteverlies minimaal.

Voedsel is warmte
24_inwintering6Wanneer de temperatuur van de tros de onderste grens bereikt (13°C), komt er beweging in de tros. Zij die het dichtst bij de voeding verblijven, bijten de dekseltjes van de provisieka-mertjes open en zuigen zich vol voedsel. Van tong tot tong wordt de honing doorgegeven totdat alle bijen verzadigd zijn. Door het massale verteringsproces ontstaat warmte. Hierdoor komt de temperatuur in de tros weer op 25°C, dan keert de rust terug totdat opnemen van voer weer noodzakelijk wordt. De stukgeknaagde dekseltjes komen op de bodem terecht. Dat noemt men wasmul.

De tros verplaatst zich
De cellen met voer, waartegen de tros zit, raken natuurlijk leeg, daarom schuift de hele bijentros mee naar het voer toe, naar boven en naar achter. Zit het volk tegen de bovenkant aan de achterkant van de kast, dan is dat een waarschuwing voor de imker.

Sterfte gedurende de winter
In ieder volk sterven gedurende de winter bijen. Velen van ouderdom, anderen omdat ze losgeraakt zijn van de tros. Een getal is moeilijk op te geven, daar dit van vele factoren afhankelijk kan zijn. Enige honderden dode bijen is echter niet abnormaal. Bij iedere reinigingsvlucht worden dode bijen uit de woning gesleept. Bij niet al te strenge kou verlaten stervende bijen zelf de kast om buiten de woning dood te gaan.

Uittreksel uit "Bijenhouden in de 21ste eeuw" door Dirk Desmadryl

 

Provincies

vlaanderen Provincie West-Vlaanderen Provincie Oost-Vlaanderen Provincie Antwerpen Provincie Vlaams-Brabant Provincie Limburg